Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘wetenschap’

Valse tanden

Binnenlandsche Bataafsche courant 4 januari 1800

Chocolade was in de 18e eeuw zo duur, dat de gemiddelde Nederlander er zich niet snel aan zou kunnen overeten. Misschien maar goed, want chocola is weliswaar een goddelijke spijs, maar slecht voor figuur en gebit.

Ik herinner me de Franse hofkletskous Saint-Simon, die in onsmakelijke bewoordingen schrijft over het rottingsproces dat zich in de onwelriekende mond van Lodewijk XIV voltrok. De vorst moest door een misgreep van een tandarts zelfs een stuk uit zijn bovengehemelte ontberen.

Eind 18e eeuw begon Simon Nathans aan zijn tandheelkundige tournee in Nederland. In de database van het Joods Historisch Museum zitten meer advertenties dan die uit de Binnenlandsche Bataafsche courant. De tandmeester vertoonde net als iedere andere kwakzalver zijn kunsten op kermissen en in logementen, en trok behalve kiezen ook veel bekijks. Een voor mij onbekende bron meldt dat Nathans:

‘met ongemene behendigheid en zonder de minste pijn de pijnverwekkende kiezen, tanden, ook dubbele of zogenaamde wolfstanden uit[trok], al waren ze afgebroken of aangezet’.

Uit de advertentie kun je opmaken dat hij ook schooltandarts was. Verder kon hij tanden wit maken, gaten vullen en neptanden plaatsen.

Of nepperds in je mond toen prettig zaten, betwijfel ik. George Washington droeg een kunstgebit, maar had ondraaglijke pijnen te verduren. Je ziet hem op schilderijen dan ook nooit lachen.

Read Full Post »

Chocolademachine

Daily Courant 28 februari 1704

Illustraties in advertenties komen in Nederlandse 18e-eeuwse kranten niet of nauwelijks voor. Pas aan het einde van de eeuw zie je dat de zetters wat gaan spelen met de lay-out van een krant.

Engelse krantenadvertenties daarentegen zijn al vanaf het begin van de eeuw geïllustreerd. Jac gaf me bovenstaande advertentie uit 1704. Het betreft een advertentie over chocola die dankzij het gebruik van een chocolademachine goedkoop geproduceerd én verkocht kan worden.

Met die machine kun je volgens mij cacaobonen roosteren/branden en fijnmalen. De uitvinder, ene Robert Inwood, wil er weinig over kwijt. Je kunt het apparaat komen bekijken maar het geheim zal hij niet prijsgeven. Hij wil vooral dat je zijn chocola koopt.

Read Full Post »

Heilige vissen

Ludovicus Nonnius (1627) door Rubens

Ludovicus Nonnius (1627) door Rubens

Ludo Nonnius, vriendje van Rubens, schreef hét handboek over vissen: Ichthyophagia (1616). Hij bestudeerde de klassieken op de bekende filologische manier en diepte massa’s citaten en wetenswaardigheden op over vis.

Zo bespreekt hij het fenomeen dat vissen als heilige dieren vereerd werden. Een citaat uit de Mooyeriana waarin grote delen van Nonnius’ werk vertaald zijn:

Cicero, in het derde boek van de natuur der Goden, zegt, De Syriers eeren een Vis. Xenofon, in zijn eerste boek, spreekt van de rivier Chalus. Aldaar is een menigte van groote en makke Vissen, die de Syriers voor Goden houden, en zy lyden niet dat men de zelve beledigt, gelijk ook niet de Duiven.

Zo gaat het pagina na pagina door. Een hoop geleerderigheid waarbij de ene schrijver de andere herhaalt en de derde beide auteurs als bron opneemt. Omdat deze wijsheden aan het papier zijn toevertrouwd, is het waar. En dus kan er opnieuw uit geciteerd worden, waardoor een nieuwe geleerde bron aan het rijtje kan worden toegevoegd.

By de Egyptenaars en Syriers zijn niet alleen gewijde Vissen geweest, maar ook by andere Volkeren, hoewel ze daar met minder razerny geëert wierden. M. Varro, een deftig Schrijver, verhaalt dat hy in Lydiën gewijde vissen gezien heeft. Derhalven zijn die vissen (zegt hy onder anderen) gewijd en heiliger dan die in Lydië, enz. die tot aan strand toe quamen, om dat niemand hen darde vangen.

Voor de goede verstaander: als een vis een heilig dier is, wordt-ie niet gegeten.

Read Full Post »

Le Sr. AGIRONY, aïant découvert, par son travail & sa longue expérience, un REMÈDE ANTIVÉNÉRIEN VÉGÉTAL, où il n’entre point de Mercure, pour l’extirpation de tout Virus Vénérien quelconque, avertit le Public qu’il continuë de le distribuër avec le plus grand succès. Le Roi, s’étant fait rendre compte de toutes les Cures, opérées par son Remède, a bien voulu lui accorder un Privilége exclusif, revêtu de Lettres-Patentes, enrégîtrées au Parlement le 9. Juillet 1770. Sa qualité de Chirurgien, les suffrages des Membres les plus distingués de la Faculté de Médicine de Paris, la confiance dont l’honorent plusieurs Princes, qui l’ont attaché à leurs Maisons en qualité de Chirurgien; tout dépose en faveur de ses lumières & de l’efficacité de sa méthode. Son Remède ranime & fortifie la nature, adoucit le sang, & le dépouille de tout vice & âcreté, qui peut le corrompre; ce qui fait qu’on en use avec succès dans toutes les maladies de la peau & engorgemens d’humeurs. Ce qu’il y a de commode, c’est qu’on peut s’en servir en tout tems, sans l’aide de personne, & sans qu’il empêche de vaquer à ses affaires, & qu’il est aussi agréable au goût que salutaire dans les effets. Comme il est balsamique & stomachique, plusieurs Personnes en font usage dans la seule vuë de se maintenir en bonne santé sans même être attaquées d’aucun Virus. Le Sr. AGIRONY fait des envois en Province, & donne un Livre qui enseigne la manière de se servir de son Remède. Il avertit de se méfier de ceux qui prennent son nom, & de ceux qui disent vendre son Remède, en quoi ils trompent le Public; étant le seul qui le distribuë en sa demeure à PARIS, Ruë de Richelieu, au coin de celle de Menard: Il prie d’affranchir les Lettres.

De Parijse kwakzalver Barthélemy Agirony timmerde behoorlijk aan de weg, zo blijkt uit deze advertentie in de internationaal verspreide Gazette de Leyde (2-1-1781). In zijn tijd sprak men nog van virussen in de betekenis van kwijl, snot of zwadderig gif. Zijn middeltje was een preparaat van plantensap. Uniek was het ontbreken van kwik, tot dan toe als zeer heilzaam gezien voor druipers.

De botanicus/chirurgijn had zichzelf en zijn uitvinding bewierookt in zijn Des Bons Effets du remède végétal antivénérien du sieur Agirony (1771).

Titelvignet van Christian Gotthilf Salzmann, Carl von Carlsberg oder über das menschliche Elend (1787)

Titelvignet van Christian Gotthilf Salzmann, Carl von Carlsberg oder über das menschliche Elend (1787)

Venerische ziekten vormden een plaag voor de achttiende-eeuwer. In sommige steden schijnt één op de drie bewoners er last van gehad te hebben, schrijft de filantropijn Christian Gotthilf Salzmann in zijn Carl von Carlsberg oder über das menschliche Elend (deel 5, 1787).

Straten en pleinen moeten indertijd bevolkt zijn geweest met een pukkelig en puisterig publiek (onappetijtelijk plaatje). Portretschilders hebben al deze venerische oneffenheden natuurlijk weer weggefotoshopt.

Read Full Post »

Hawking

In de achttiende eeuw zou er een mens bestaan hebben die alle geschreven boeken gelezen had. Vandaag zou u aan één boek per dag ongeveer 15.000 jaar nodig hebben om alle boeken van een nationale bibliotheek te lezen. En tegen die tijd zullen opnieuw heel veel boeken geschreven zijn.

Dit zegt Stephen Hawking over de evolutionaire ontwikkeling van de mens, in het bijzonder van de hersenen. Hij meent dat er in de geschiedenis van de mensheid een nieuw tijdperk is aangebroken, dat gekenmerkt wordt door self designed evolution. ‘Daarin zullen we ons DNA kunnen veranderen en verbeteren.’

Maar alle gekheid op een stokje: wie is toch die grootsprakige achttiende-eeuwer die naar eigen zeggen alle geschreven boeken gelezen heeft?

Leibniz misschien?

Hij wilde alle bestaande kennis bundelen tot één universele encyclopedie. Bij gebrek aan een systematische catalogus – en zeker een systematische catalogus die alle bibliotheekcollecties ter wereld zou omvatten – moest hij zijn plannen echter opgeven.

Toch heeft ook Leibniz nooit van zichzelf gezegd dat hij alle geschreven boeken gelezen had.

Read Full Post »

Titelprent van J.B. Menken, De quakzalvery der geleerden (1739)

Titelprent van J.B. Menken, De quakzalvery der geleerden (1739)

In 1715 verscheen De charlataneria eruditorum declamationes duæ van Johann Burkhardt Mencke. Het werd in 1721 vertaald als De la charlatanerie des savans en in 1739 als De quakzalvery der geleerden.

Een populair werk in de Republiek der Letteren over ‘Charlatanerie, Quakzalvery, Snoevery, Snorkery, of Grootspraak’.  Daar ging de geleerde wereld mank aan, vond de zoon van Otto Mencke, hoofdredacteur-uitgever van de beroemde Acta Eruditorum. Mencke junior kende dankzij zijn vader als geen ander de streken van de geleerden die elkaar als het moest met de pen de grond in konden schrijven. De satirische bespreking van de vele wijsneuzen uit privé- of openbare studeervertrekken werd in de 19e eeuw nog gerecycled in de Argus (1828-1829), het tijdschrift van ene Fr. Reland.

De Leidse geleerde Scaliger was volgens Mencke junior een prachtig voorbeeld van zo’n opschepperige geleerde:

Men verhaelt, van Willem Postel, dat hy twaelf talen verstont, en Andries Thebet, die ‘er agt, en twintig, zo volkomentlyk kende, dat hy ze, voor de vuist, spreken kon. Maer wat zult ge, heusche Toehoorders, van onzen Jozef Scaliger, zeggen, die roemen dorst, dat ‘er geen tael gevonden wiert, welke hy, niet, verstont?

Read Full Post »