Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘vrouwen’

Een akelig opsporingsbericht in de Leydse courant van 2 juli 1753: de Gelderse Petronella Damme wordt gezocht omdat ze haar zojuist geboren kind heeft vermoord.

Petronella was lang, mager en bleek van gezicht. Ze werkte als dienstmeid in de heerlijkheid Hazerswoude. Ze was natuurlijk niet getrouwd en moet zich geen raad hebben geweten toen ze ontdekte dat ze zwanger was. Uiteindelijk heeft ze de boreling met een band om de keel gewurgd.

De wanhoop nabij moet ze haar daad aan verschillende dorpelingen hebben opgebiecht. Ook de naam van de vader van het kind had ze aan hen toevertrouwd. Dat was Jan Hoingh (waarschijnlijk: Honingh), die als knecht voor dezelfde baas had gediend. Hij zou Petronella tot de moord hebben aangezet.

Er werd honderdvijftig gulden tipgeld uitgeloofd voor wie Petronella aanbracht. Naar Jan Honingh werd blijkbaar niet gezocht.

Zielig hè?

Read Full Post »

De meisjes van Grabner

De Brieven over de vereenigde Nederlanden van Grabner bevat een paar fraai gekleurde platen van Hollandse dames in klederdracht. Bij allen een wespentaille en zo te zien weinig klompen aan de voeten.

Read Full Post »

Klompen

Ontwerp van Viktor & Rolf (2007)

De Saksische luitenant Grabner kon er niet over uit: dat die Hollanders op klompen lopen! Nuttig, dat wel, maar het schoeisel maakt op straat een rotherrie. Die laatste opmerking is aardig want wij, 21ste-eeuwers, kunnen weliswaar lezen over en kijken naar onze voorouders uit de 18e eeuw, maar wat er op straat te beluisteren was, ontgaat ons volledig.

Overigens zeurt Grabner wel over het geluid van klompen. Ik denk dat de karren en koetsen veel meer herrie maakten dan klikklakkende kinder- en damesklompjes. Even lezen wat Grabner schrijft over klompen:

zijnde een soort van schoenen, welke uit popelier- of lindeboomen-hout gesneden, zo wel van boeren als de geringste stedelingen gedragen worden, wanneer die lieden natten arbeid onder handen hebben, of hun werk op eenen vochtigen bodem verrichten moeten.

Het onaangenaamste dezer klompen bestaat hoofdzaakelijk daarin, dat zij op de straat een vreesselijk geraas maaken; invoegen de zodanige, die van de zaak niets weeten, zich verbeelden, dat een geheel heirleger in aantocht is, wanneer zij een halfdozijn kinderen hooren aankomen, die in dezelve over straat loopen.

Zij zijn daartegen ongemeen nuttig, want deze klompen beschutten de voeten oneindig beter tegen nattigheid, dan het zwaarste koeleder doen kan, houden ze in de grootste koude warm, en kosten het paar slechts weinige stuivers.

De meeste gemeene soldaten bedienen zich daarvan met zichtbaar voordeel, wanneer zij in moerassige plaatsen, als bij voorbeeld, in den Oostenrijkschen polder, kantonneeren, en de ruiterij bijna algemeen in de stallen, bij het oppassen hunner paarden. Deze klompen konden zelfs bij ons in Saxen, onder de leertouwers, waschvrouwen, en andere, die veel in de koude en nattigheid moeten arbeiden, worden ingevoerd. Doch ik zou mij haast schaamen, dat ik u, mijn vriend! over zulke kleinigheden onderhoude. Maar zou men dat wel kleinigheden mogen noemen, waarvan veeler duizenden gezondheid afhangt?

Read Full Post »

Dameskapsels

Op de winterschilderijen van Avercamp was geen huik te bekennen, maar dat de burka behoorde tot de 17e-eeuwse garderobe van de Nederlandse vrouw, geloof ik zonder meer.

De Engelse illustrator George Cruikshank (1792-1878) liet zich voor zijn satirische damesportretten inspireren door een ander type huik: de pruik. Ook leuk. Vooral de Porcupine-pruik.

Read Full Post »

Mode en smaak

Van de Algemeene Schiedamsche courant uit 1804 (1ste jaargang) is weinig meer over. Van de jaren daarna tot aan het verbod in april 1809 des te meer. Het is een leuke krant om te lezen, met veel anekdotes, feuilletons, prijsvragen en ander vermakelijk spul. Heel Engels allemaal, dankzij de uitgevers, die in Rotterdam en Schiedam handelden in Engelse boeken.

Op 17 februari 1807 stond er het volgende bericht:

Tegenwoordige kleederdracht te Parys

Het zwart, de rozenkleur en het wit wordt nog steeds uitsluitend gebruikt voor Jassen (capotes), hoeden en mutsen. De roozenkleur en het wit komen bijna altoos alleen; het zwart wordt er slechts bijgevoegd. Men maakt ook de Jassen niet meer zoo diep als te voren.

De kappers schijnen met elkander overeengekomen te zijn, de haren zoo min mogelijk te snijden, die in krullen moeten gelegd worden. Hieruit ontstaan, wanneer de vrouwen zijn opgekleed, geweldig groote hoofden. In de stad zelve bemerkt men er weinig van, daar noch het jaargetijde noch het gebruik veroorloven, met een ontbloot hoofd uittegaan. Doch op de Danspartijen, in de Schouwburgen enz. ziet men niets dan gekrulde hoofden (des têtes de cherubins).

Het borduurwerk gaat hoe langs hoe meer uit den smaak. Getand, hak- en loofwerk vindt men steeds op de nederhangende kragen, vrouwen- en mannenhalsdoeken enz.

Tja. In 1807 droeg Napoleon de keizerskroon en was zijn broer Lodewijk Napoleon getooid met de eerste Nederlandse koningskroon. In Parijs werd weer gefeest. Vrouwen droegen krullenkapsels (geweldig grote hoofden: hoe zit dat?). De kragen en halsdoeken zagen er ook anders uit dan voorheen. Rozerode jassen, hoeden en mutsen: wat moet het leven kleurig zijn geweest.

Read Full Post »

Het lastige bij tijdschriften is dat de titel in de loop der tijd kan veranderen. Neem de Weekelyksche zeden-meester. Die heette eerst de Weekelyksche praetvaer. Maar het geheel werd na bundeling tot een boekdeel voorzien van een nieuwe titel: De praet-vaer, en zeden-meester (1771-1772).

Je kunt er je schouders over ophalen, maar als je een Encyclopedie Nederlandstalige Tijdschriften aan het maken bent, zit je er maar mooi mee.

De Zeden-meester is een satirisch tijdschrift. Een beetje Doedijns en een beetje Hoefnagel. De schrijver moet niets hebben van het blad De Denker.

Hieronder een citaat over de belasting op pruiken. Ook in de achttiende eeuw werden al grappen gemaakt over de financieringsperikelen van de overheid. En over de enorme pruiken die dames op vorstelijke hoven droegen:

De achting, welke ik voor de Dames heb, doed my hun heden het volgende ter waerschouwing mededeelen; naemlyk, dat ‘er eerstdaegs in een zeker Ryk eene belasting zal gelegd worden op de Fontanges, en by reglement verbooden, dezelve hooger te maeken, als een drie achtste El, en breeder als 9 sestiende el, want door die getoornde hoofden word meenig Galant bedrooogen. Dikwils verwacht de man, als hy getrouwt is een mensch te bed, maer zyn Liefje, ontblood zynde van haere fontanges en schoenen, krygt hy een Dwerg, en daer mede in de pruilboek. Als deze belasting braef geld opbrengt, zal ‘er ook een gelegd worden op de groote paruiken.

Apropo, hoe zyn de paruiken in de waereld gekoomen?

Weet gy het niet, ik zal het u zeggen.

Zeeker Engelsch Galant, door eene vunsche ziekte zyn hair verlooren hebbende, kreeg van zyne Matres het haere, om een cierlyk hoofdcieraed te hebben, na dat hy ‘er zoo kael was afgekoomen. (p. 72)

Read Full Post »

Chocola en thee

Leydse courant 11 november 1765

Zoals gebruikelijk laait bij de komst van Sinterklaas de discussie over duurzame chocolade weer op. Weduwe D. Raap (familie van Daniël Raap, de porseleinverkoper die in ’52 werd gelyncht?) verkocht het hele jaar door duurzame chocola. En dure chocola.

In 1765 heeft ze een winkel in de Spuistraat te Den Haag. Ze is chocolatier en maakt bonbons: chocola met suiker, met banielje (vanille) en met amber (?). Per pond moeten er hoge prijzen voor worden neergeteld. Hoger in ieder geval dan voor het kookboekje van gisteren.

In de winkel van mevrouw Raap is ook thee verkrijgbaar. Thee blijkt aan de prijzen te zien evenzeer een luxe artikel. Groene thee kost 5 en 6 gulden per pond. (Deze twee prijzen snap ik niet.) Gelukkig heeft ze ook goedkopere soorten in haar assortiment: thee Boey, Soatchon, Congo en Pekoe.

Read Full Post »

Older Posts »