Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Parijs’

Mode en smaak

Van de Algemeene Schiedamsche courant uit 1804 (1ste jaargang) is weinig meer over. Van de jaren daarna tot aan het verbod in april 1809 des te meer. Het is een leuke krant om te lezen, met veel anekdotes, feuilletons, prijsvragen en ander vermakelijk spul. Heel Engels allemaal, dankzij de uitgevers, die in Rotterdam en Schiedam handelden in Engelse boeken.

Op 17 februari 1807 stond er het volgende bericht:

Tegenwoordige kleederdracht te Parys

Het zwart, de rozenkleur en het wit wordt nog steeds uitsluitend gebruikt voor Jassen (capotes), hoeden en mutsen. De roozenkleur en het wit komen bijna altoos alleen; het zwart wordt er slechts bijgevoegd. Men maakt ook de Jassen niet meer zoo diep als te voren.

De kappers schijnen met elkander overeengekomen te zijn, de haren zoo min mogelijk te snijden, die in krullen moeten gelegd worden. Hieruit ontstaan, wanneer de vrouwen zijn opgekleed, geweldig groote hoofden. In de stad zelve bemerkt men er weinig van, daar noch het jaargetijde noch het gebruik veroorloven, met een ontbloot hoofd uittegaan. Doch op de Danspartijen, in de Schouwburgen enz. ziet men niets dan gekrulde hoofden (des têtes de cherubins).

Het borduurwerk gaat hoe langs hoe meer uit den smaak. Getand, hak- en loofwerk vindt men steeds op de nederhangende kragen, vrouwen- en mannenhalsdoeken enz.

Tja. In 1807 droeg Napoleon de keizerskroon en was zijn broer Lodewijk Napoleon getooid met de eerste Nederlandse koningskroon. In Parijs werd weer gefeest. Vrouwen droegen krullenkapsels (geweldig grote hoofden: hoe zit dat?). De kragen en halsdoeken zagen er ook anders uit dan voorheen. Rozerode jassen, hoeden en mutsen: wat moet het leven kleurig zijn geweest.

Advertenties

Read Full Post »

PrometheusVan het literaire tijdschrift Prometheus (1796) van Wabe Kamp is slechts één aflevering bekend. In het voorwoord belooft hij wel vervolgafleveringen maar die zijn volgens mij niet verschenen.

Nr. 1 is een vuistdik nummer dat al drie jaar op de plank lag voordat het eindelijk werd gedrukt en uitgegeven. Het bevat 14 bijdragen, deels vertaald uit het Frans of Duits, deels oorspronkelijk werk. Hieronder een piepklein stukje (vertaald uit het Duits) waarmee de aflevering afsluit:

De dame en het viswijf

Toen de beroemde Mirabeau, in April 1791. begraaven wierd, was de trein, die zijn lijk volgde, zo groot, dat dezelve drie uuren lang duurde. Eene Dame, die zich onder de toezieners bevond, klaagde over het stof, dat in menigte oprees; ‘de Burgerraad,’ sprak ze, ‘had vooraf de straaten met water moeten laaten begieten.’ Eene Poissarde, die onder den hoop stond, andwoordde: De Burgerraad heeft op onze traanen gerekend.

Read Full Post »

Roman Bourgeois 1Het Rotterdamse tijdschrift de Mooyeriana bevat een ‘extract’ van Le Roman Bourgeois. Een vertaling dus van deze populaire komische roman van Antoine Furetière, uit 1666.

Het bijzondere van deze roman is, dat het over de middle class burger in Parijs gaat, en niet over allerlei verwikkelingen binnen adellijke kringen. Literair gezien is het een beetje van Scarron en een beetje van Molière. En dat alles opgedist in een picareske verhaallijn en overgoten met een satirisch sausje.

Op de titelpagina van een latere Amsterdamse editie staat het beeld van Erasmus (zie illustratie boven). Kennelijk bedoeld als een verwijzing naar diens Lof der zotheid.

Read Full Post »

Ramponeau

In het commentaar op de Oeuvres de Voltaire (1784) staat over Ramponeau vermeld:

Ramponeau était un cabaretier de la Courtille, dont la figure comique & le mauvais vin qu’il vendait bon marché, lui acquirent pendant quelque temps une réputation éclatante. Tout Paris courut à son cabaret; des princes du sang même allèrent voir M. Ramponeau.

Une troupe de comédiens établis sur les remparts s’engagea à lui payer une somme confidérable pour se montrer seulement sur leur théâtre, & pour y jouer quelques rôles muets. Les janféniftes firent un scrupule à Ramponeau de se produire sur la scène; ils lui dirent que Tertullien avait écrit contre la comédie, qu’il ne devait pas prostituer ainsi sa dignité de cabaretier, qu’il y allait de son salut; la conscience de Ramponeau fut alarmée. Il avait reçu de l’argent d’avance, il ne voulut point le rendre de peur de se damner. Il y eut procès; M. Elie de Beaumont, célèbre avocat, daigna plaider contre Ramponeau; notre poëte philosophe plaida pour lui, soit par zèle pour la religion, soit pour se réjouir. Ramponeau rendit l’argent, & sauva son âme. On trouve ce plaidoyer dans le volume des Facéties.

Dit alles speelde zich in 1760 af. Voltaires satirische Pleidoyer de Ramponeau is datzelfde jaar verschenen.

Het koffiehuis de Tambour van Ramponeau (cabaret=koffiehuis, wijnkelder) stond bekend om zijn slechte maar goedkope wijn (een stuiver per pint goedkoper dan bij de concurrent). De afbeelding van gisteren laat zien hoe groot het etablissement was en hoe de muren waren versierd:

Ramponeau habitait un caveau, mais un caveau propre, décoré, autant qu’il m’en souvient, d’une manière assez pittoresque, au moyen d’une treille en peinture qui tapissait les murailles (L’hermite de la Guiane).

Read Full Post »

Cabaret

ramponeau 2Franciscus Lievens Kersteman schrijft in zijn autobio (P. 37-38) over zijn bezoek aan het cabaret van Jean Ramponeau (1724-1802), een half uur gaans buiten Parijs (tegenwoordig in de wijk Belleville).

Het was er zo druk dat de lokale overheid HoekvanHollandse ongeregeldheden vreesde. Bovendien was het verdacht dat al die mensen in groten getale buiten de stad bijeen kwamen. Er werden daarom voorzorgsmaatregelen getroffen:

In dien tijd maakte zeker herbergier RAMPONEAU genaamd, dat een vrolijke en kluchtige snaak was, die een half uur buiten Parijs een drinkhuis opgericht had, zo onbedenkelijk veel opgangs, dat men er somtijds meer dan twee, ja tot drieduizend persoonen van allerleie staaten, en verschillende rangen allen nademiddagen ontmoette. Deeze ongewoone toevloed van menschen welke dagelijks derwaards kwamen, om zig met de grappen van RAMPONEAU te vermaaken, baarde eenig nadenken bij de hooge regeering. Die, in het denkbeeld dat zulk eene talrijke volksvergadering meer met andere bedekte oogmerken geschiedde, dan om aldaar eene vermaaklijke uitspanning te zoeken, uit voorzorg zodanige nadrukkelijke maatregelen beraamde, geschikt om allen oploop en schandelijke gevolgen voortekomen. Zo dat het huis van den beruchten wijnschenker RAMPONEAU, op hoog bevel, met een lijfwacht van honderd gewapende soldaaten, alle middagen tot des ’s avonds ten tien uuren bewaakt werd.

Read Full Post »