Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘papier’

Mishnat Betra (Talmud bavli), Slavuta 1803

Bij Bouwman Oriental Books is dit Talmud-tractaatje te koop. Het is vermoedelijk gedrukt in Slavuta door rabbi Mosje Shapiro. Het wit van het papier heeft een blauwe waas over zich: blauw papier werd in die tijd vaker gebruik, schrijft de antiquaar.

Slavuta was aan het einde van de 18e eeuw net als Lemberg een belangrijk centrum voor de Hebreeuwse boekhandel. In 1791 vestigde Mozes Schapira (andere spelling) zich in deze toenmalige Russische stad, gelegen tussen Lemberg en Kiev. Hij is vooral bekend geworden door de invloedrijke Talmud die in 1806 van zijn persen kwam.

Schapira (1758-1838) kreeg het aan de stok met zijn collega Baruch Romm uit Vilnius (Litouwen), die met een concurrerende, niet-chassidische uitgave van dit heilige boek kwam. Een Talmud druk je niet zo maar, dat kan alleen onder supervisie van een rabbi en wanneer de vorige editie was uitverkocht. Dat laatste was niet het geval, betoogde Schapira maar hij kreeg tot zijn grote ergernis het gelijk niet aan zijn kant.

Toen bleek dat hij de Poolse rabbi’s en de tzaddikim op zijn hand had, ging Schapira – inmiddels bijgestaan door zijn zoons – gewoon door met zijn eigen Talmud, waarvan op dat moment de derde druk ter perse was. Het slot van het liedje was dat in 1835 de drukkerij op last van de overheid gesloten werd, al was dit niet zozeer door de vete met Romm alswel door een heuse moord in de boekhandel:

Moses, or rather his sons Phinehas and Samuel Abraham, began the publication of a third edition of the Talmud, but had not gone further than the tractate Pesaḥim when they were arrested on the charge of having murdered a Jewish bookbinder who had committed suicide in their establishment. Zie Jewish Encyclopedia.

In 1836 werden alle joodse drukkerijen in Rusland gesloten. In Vilna kon men wel doorgaan met drukken (Over dit alles: The Drama of Slavuta, van Saul Moiseyevich Ginsburg).

Waarom dit alles? Omdat ik op zoek ben naar boeken die in Oekraïense yeshiva’s werden gelezen (gebruikt).

Read Full Post »

Advertentie Leydse courant 19 juli 1741

Aan de Delftse Trekvaart, in de Plaspoelpolder, stond in 1741 ook een papiermolen. Net als de Zoeterwoudse molen was het een achtkante molen. Met woonhuis, werkhuis en een hangschuur werd-ie in 1741 te koop gezet.

De Rijswijkse papiermolen dateert uit 1634, getuige een erfpachtsbrief ten behoeve van ene Jan Hendriksz de Ridder. De molen was een stellingmolen en ging tussen 1870 en 1880 door de sloophamer tegen de vlakte, aldus de molendatabase.

In de Rijswijkse molen werd overigens grauw, extra paars en blauw papier vervaardigd. Dat was wegens het verontreinigde polderwater, zou je zo denken. Inmiddels weet ik dat er rond papiermolens vijverlanden werden aangelegd, die als een soort waterzuiveringsinstallatie fungeerden.

De molenaar had voor de fabricage van wit papier ongeveer 100 liter schoon water per kilo papier nodig. Petmolens (of putmolens) pompten daarvoor het water van grote dieptes op waarna het in een stelsel van gegraven sloten (de vijvers) werd geleid. Het vuil kon daarin langzaam bezinken. Om de laatste verontreinigingen uit het water te halen, werd het vlakbij de papiermolen nog gefilterd in een bak met zand en door een filter van vilten dekens gehaald. (Tekst gekopieerd van het Glossarium Nederlands Landschap)

Laurens Oomheyn, Papiermolen De Oude Voorn, Wormerveer (ca 1730)

De roeier van bovenstaand schilderij roeit in de vijverlanden van een Wormerveerse papiermolen (leuk hondje). Op de achtergrond is de papiermolen te zien, met een enorme luchtige (!) hangschuur. Of de Plaspoelpolder ook was omgeschoffeld tot vijverlanden met langgerekte parallel aan elkaar lopende sloten, is onbekend.

Read Full Post »

Advertentie Leydse courant 1 maart 1813

Onder de rook van Leiden, aan de Vrouwenweg, op het grondgebied van Zoeterwoude, stond de papiermolen Delftzigt. Lees hier het treurige verhaal over de teloorgang van deze papiermolen.

Op de website van Oud Soeterwoude las ik het volgende over de molen, die aanvankelijk de Leidsche molen werd genoemd:

  • 1645 – de molen wordt gebouwd als lakenvolmolen.
  • 1675 – de eigenaar gaat failliet.
  • 1676 – de nieuwe eigenaar gaat de molen gebruiken om wit papier te fabriceren.
  • 1736 – de molen wordt omgedoopt tot Delftzigt. De molenaar stapt over van de fabricage van wit papier op het maken van grauw papier.
  • 1773 – de molen produceert nu bord- en tabakspapier.
  • 1840 – een papierfabrikant uit Waddinxveen koopt de molen om hem af te breken.
  • 1846 – de papiermolen wordt gesloopt.

Conclusie: eind 17e eeuw is het polderwater nog schoon genoeg om wit papier te fabriceren. Maar in 1736 is het al zo vervuild dat de molenaar moet overstappen op inferieur grauw papier.

Aan advertenties in de Leydse courant kun je zien dat het bedrijf bepaald niet van vader op zoon overging. En dat de papierfabriek minder lucratief was dan bovenstaande advertentie wil doen geloven. Op grond van de krantenadvertenties kunnen we het lijstje jaartallen uitbreiden. Er is overigens in de Republiek geen papiermolen die zo vaak in de 18e eeuw van de hand wordt  gedaan.

In 1735 wordt de molen – die nog geen naam draagt – geveild. De ‘Papiermaakerye’ heeft ‘veele Jaaren met veel Succes’ gedraaid. Uit bovenstaand lijstje weten we dat het een verkooppraatje is en dat er waarschijnlijk geen wit papier meer geproduceerd kan worden.

Advertentie Leydse courant 26 december 1735

De ‘hegte en sterke’ molen Delftzigt wordt in 1749 opnieuw te koop aangeboden:

Advertentie Leydse courant 19 februari 1749

Het loopt geen storm want op 12 maart 1749 moet er opnieuw worden geadverteerd. In mei 1761 wordt de ‘hegte, sterke, en zeer wel beklante’ molen opnieuw verkocht:

Advertentie Leydse courant 18 mei 1761

In oktober 1782 wordt de ‘extra wel beklante’ molen met woning, boomgaard, moestuin en loodsen publiek geveild.

Advertentie Leydse courant 23 september 1782

Twintig jaar later, in 1802, blijkt het molenaarshuis niet meer bewoond. Het wordt in november 1802 te huur aangeboden. Lees hier hoe het woonhuis er uitzag:

Advertentie Leydse courant 22 november 1802

Op 8 maart 1813 wordt de molen geveild (zie advertentie bovenaan). De nieuwe eigenaar besluit reeds het jaar daarna  de ‘fabrijk’ weer van de hand te doen. Het waren toen sombere economische tijden. De wereld vlamde op van de oorlogen, en Nederland was nagenoeg failliet. Delftzigt leverde te weinig op.

Advertentie Leydse courant 18 april 1814

Read Full Post »

Papier scheppen

Papierfabricage: ook kinderarbeid

Eén vel per seconde: inderdaad, een eenvoudige rekensom leert dat dit niet klopt. Als één Hollander 1500 vel per dag produceert en een werkdag 12 uur telt, dan is de productie 125 vel per uur, ongeveer 2 vellen per minuut.

Een website met mooie foto’s over papier scheppen, genomen in het Openluchtmuseum, vind je hier. Verder staat er een informatief overzicht van de papierhandel in 1585-1725 en in 1725-1830 op Bibliopolis:

De herroeping van het Edict van Nantes (1685) betekende een dramatische inkrimping van de Hollandse invloed op de Franse papierindustrie. Deze ontwikkeling viel echter samen met de snelle opkomst van de Zaanse papierindustrie, zodat per saldo de nationale papiermarkt in de periode tot 1725 verdeeld werd tussen zuiver Frans papier en Nederlands papier, voor het grootste deel afkomstig uit de Zaanstreek.

Het boek Historique de la Papeterie d’Angoulème (1863), van de papierfabrikant Auguste Lacroix, geeft ook aardige informatie. Op p. 30 staat een rekensommetje dat sterk afwijkt van wat ik gisteren schreef:

  • In de 18e eeuw produceerde één Hollander per dag tien riem groot formaat (per jaar 3000 riem).
  • Destijds telde een riem 480 vel.
  • De dagelijkse productie is dan 4800 vel.
  • Voor Weyermans Echo des Weerelds (52 vel voor deel 1) in een oplage van 250 exemplaren (nodig: 13.000 vel) zou men in de papiermolen ruim 2½ dagen bezig zijn geweest.

Zo schiet je dus niet veel op als je wilt weten wat er per dag uit de papiermolen komt.

Read Full Post »

Rekensom

Een kleine rekensom:

  • Men neme één boek, bijvoorbeeld deel 1 van de Echo des Weerelds (1725-1727) van Weyerman. De tekst beslaat 416 pagina’s in kwarto.
  • Eén exemplaar bestaat dan in totaal uit 52 vel.
  • Stel dat de oplage 250 exemplaren is, dan is er 13.000 vel nodig.
  • Een papiermolen met één Hollander produceert 1500 à 1800 vel per dag (1 vel per seconde).
  • Voor de Echo is men dan ruim 7 tot 8½ dagen aan het werk, alleen voor de papierfabricage. Hoeveel man- of vrouwuren dit zijn, weet ik niet.

Geen wonder dat het papier duur was.

Illustraties uit de Encyclopédie van Diderot en d’Alembert.

Over het rekenwerk, zie de website Papetiers,Filigranes et Moulins à papier.

Read Full Post »

Wat ik niet wist, is dat Nederlandse papierhandelaren complete dorpen in de Angoumois (rond Angoulême) in dienst hadden voor de papierproductie. Grote jongens waren de gebroeders IJsbrand en Levinus Vincent uit Amsterdam, die in één Angoumois’ papierfabriek zo’n 500 man hadden werken.

Dit Franse papier had als watermerk: Amsterdam. Scheepsladingen vol, karrenvrachten papier zijn zo tot ver in de 18e eeuw naar Nederland vervoerd.

Toen er na de intrekking van het edict van Nantes massa’s protestante papierarbeiders het papier achterna gingen en naar het noorden trokken, kreeg men het in Amsterdam wel benauwd. Wat moest men met al die vluchtelingen die hier hun heil kwamen zoeken?

[…] dat er eene belangrijke fabrijk bij Angoulême was, waarin meer dan vijf honderd menschen werkten, en die voor rekening der Gebroeders Vincent gedreven werd, van welke er een aldaar woonde, terwijl de andere te Amsterdam gezeten was; ook deze fabrijk schijnt, ten gevolge van het herroepen van het Edict van Nantes, zoo al niet te niet te zijn gegaan, althans aan andere eigenaars te zijn overgedragen; door bemiddeling van D’Avaux, werden er voor Vincent, die zich destijds te Parijs bevond, paspoorten verkregen, terwijl reeds vele werklieden zich naar herwaarts hadden begeven; ja, het getal van papierfabrikanten, die in de eerste jaren van het Refuge overkwamen, was zoo groot, dat men er ernstig op bedacht werd, om zulks tegen te gaan, en op de Synode der Waalsche Kerken, op den 15den Sept., 1688, in den Haag gehouden, werden de verschillende kerken, waarschijnlijk wel ten gevolge van daarover gevoerde onderhandelingen, op een middel gewezen, om zich van de in het vervolg aanmeldende papierfabrikanten te ontlasten […] (lees hier verder)

Read Full Post »

Wit papier

Het was in de 17e en 18e eeuw nog een hele kunst om wit papier te maken. Hoe meer linnen, hoe witter de lompen en hoe schoner het water, des te witter is het papier.

Maar witte linnen lompen waren schaars en duur. En het water was ook niet altijd even schoon. Papierfabrikanten zochten daarom naar mogelijkheden om hun grondstoffen goedkoper te maken. Hollandse papiermakers bedachten – zuinig als ze zijn – dat je ook wit papier krijgt als je ongesorteerde gore lompen gebruikt en die vervolgens bleekt.

Dat bleken gebeurde eerst door toevoeging van opwitters: in de complementaire kleur blauw. Er werd lakmoes, later smalt aan de papiermassa toegevoegd. Of kobalt, ultramarijn, Parijs blauw, of bijvoorbeeld indigo.

Die kleurstoffen werden er vervolgens weer uit gespoeld. Door de toevoeging van zuren (aluin, zwavelzuur, in de 19e eeuw chloor) werd het papier verder gebleekt.

Afhankelijk van de kleurstof en de precisie waarmee het mengen gebeurde, kreeg je wit papier met een wat gelige, blauwige of zelfs groenige uitstraling. Die uitstraling is soms zo dominant, dat je niet meer van wit papier kunt spreken.

Read Full Post »

Older Posts »