Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Kersteman’

Een raar blad, De Boere Studeerkamer (1763-1767). Geschreven door Franciscus Lievens Kersteman. Hij probeert grappig te doen, een beetje carnavalesk door de samenleving door boeren te laten becommentariëren.

Hieronder het begin van de inleiding op dit tijdschrift (met hard returns omwille van de leesbaarheid):

Wy bevinden dat ‘er zoo veele Gekken Schreiven, zoo veele half Geleerde twisten, en zoo veele Verstandige zwygen, dat wy beslooten hebbe een Studeer-Kamer in ons Dorp opteregten.

Wy zullen vier maal ’s Jaars met een Papier op het Tonneel van de Waereld verscheinen; dat allerley plezierige Zotheeden bevatten zal, en terwyl de Menschen vol Gekheeden zyn, zullen de Stoffe die wy verhandelen nooit uitgeput weezen.

Men zal zien dat wy verstand en vernuft genoeg bezitten om aardig te kunnen Schreiven, schoon wy maar lompe Boeren zyn, maar hoe wy aan dat verstand komen, is ons onbekent, wy geleyke in dat opzigt veel na zulk slag van Volk die van grove Botmuilen, desperaat geleert worden zoo drae zy tot groote Ampten, en Bedieningen geraakte.

Ondertusschen waarschouwen wy alle Zotten, en Zottinnen (want voor andere Schreiven wy niet) dat wy niemant in onze Drie Maandelyksche Rariteytenkraam meenen te ontzien, en ook van niemant gespaart willen weezen, zelfs niet van de zodanige welke tot professooren van het Genoodschap der Gekken gesteegen zyn.

Ook voegen wy daar by, dat ons eenpaarig Besluit is, om in ons Papier dat wy staan uittegeeven, te doen blyken dat wy altyd in gedagten en meeninge verschillen zullen met haar die gewoon zyn wel te denken.

Dit Boere bedryf zal wat assurant scheinen, maar waarom zoude wy het niet mogen wezen? wy hebbe Geld!

Read Full Post »

In 1789 verscheen bij Elwe de volgende titel van Kersteman:

Rechtsgeleerd Kweekschool of Sleutel der Crimineele Practyk. Ten respecte van het onderzoek en de behandeling van allerhande crimineele zaaken: Met de Wiskunst van schuld en onschuld, die in extraordinaire crimineele proceduuren, wegens gesuspecteerde delicten, niet in confesso zynde, uit de derde of zevende informatie, buiten het doen van scherper examen, zonneklaar kan consteeren: Alles gestaafd … van wetten, rechtsvoorbeelden en kunstformulieren … Voor alle Rechters, Officieren, etc.

Cyrille Fijnaut schrijft in zijn artikel over Beccaria in de Noordelijke Nederlanden (1990) over de rechtsopvattingen van Kersteman. Fijnaut begint met de uitspraak waarmee Kersteman zijn Rechtsgeleerd Kweekschool opent:

Alle de flambouwen, die tot nog toe haar licht over de Crimineele Praktyk verspreid hebben, branden zo duister, dat men genoegzaam over deze zwaarwigtige materie in het stik donkere gebleeven is, zo dat, onaangezien de menigvuldige tractaaten over dat onderwerp uitgekomen, nog geene gevonden wordt, welke, aangaande het onderzoek en de behandeling van crimineele zaaken, tot een vaste Handleiding of Compas, zo voor de Rechters en Officieren van de Crimineele Justitie, als voor de Practizijns kan dienen.

Fijnaut laat zien dat Kersteman niet veel moest hebben van vernieuwende theorieën. De broodschrijver was ‘meer geïnteresseerd in het schrijven van een ‘kookboek’ voor de gevestigde strafrechtspraktijk.’

In het kookboek wordt nergens verwezen naar Beccaria of andere verlichte rechtsdenkers. Desondanks, aldus Fijnaut, heeft Kersteman op bepaalde punten wel degelijk verlichte opvattingen. De pijnbank bijvoorbeeld kon maar beter worden afgeschaft. De verlichte tijdgeest zou Kersteman wel degelijk hebben beïnvloed al moet je je wel door religieuze prietpraat heen worstelen om die tijdgeest te achterhalen. Fijnaut:

Men moet niet alleen goed beseffen dat in de tweede helft van de 18e eeuw ook een Beccaria door Nederlandse auteurs straal werd genegeerd, maar men moet er zich ook voor hoeden om ‘verlichte’ teksten die in die tijd op het vlak van het strafrecht en de strafrechtspleging zijn geschreven, al te snel op het conto van de Verlichting bij te schrijven.

Read Full Post »

Celdeur van het Tucht-, Rasp- of Werkhuis te Rotterdam (waar Kersteman jarenlang achter opgeborgen heeft gezeten).

Celdeur van het Tucht-, Rasp- of Werkhuis te Rotterdam (waar Kersteman jarenlang achter opgeborgen heeft gezeten).

Vandaag een lange tekst uit de Navorscher: als geheugensteuntje voor mezelf voor het schrijven van de inleiding bij Autobiografie van een Broodschrijver: Franciscus Lievens Kersteman (Verloren, juni 2010). Waar de bewuste Pleitmemorie zich bevindt, mag joost weten. Ik ken wel zijn hemelschreiende dankwoord dat hij uitsprak nadat hij na het succesvolle gratieverzoek werd vrijgelaten.

Pleitmemorie van Mr. P. Hartog voor Mr. F. Lievens Kersteman.

In het in mijn bezit zijnde Regtsgeleerd Kweekschool of Sleutel der Crimineele Practijk enz. door Mr. Franciscus Lievens Kersteman, Amsterdam, bij J. B. Elwe, 1789, 2 dln. 8°. wordt meermalen van het proces contra M. Jan Cordelois, r. o. eischer melding gemaakt; zie Dl. I, p. 83,129; Dl. II, p. 79 vlgg.

Het slot dezer laatstaangehaalde plaats luidt aldus (Dl. II, bl.86)
»Waarop vervolgens de zaak bij wisseling van inventaris en stukken, ter wederzijde geïnstrueerd, voldongen, en op den 19den December en volgende dagen des jaars 1774 openbaarlijk ten principaale door Mr. Paulus Hartog bepleeten zynde geworden, op den 7den Maart van het aanvolgende jaar 1775 eene definitive condemnatie volgde, waarvan wij letterlijk de sententie bij den uitgaaf van het gedrukt proces, waartoe het eigentlijk behoort, zullen mededeelen , terwijl men daaruit zal kunnen oordeelen van de motiven en redenen, waarom wij voor als toen niet goed vonden van hetzelve vonnis aan den Hove Provinciaal te appelleren als zijnde provisioneel genoeg te zeggen, dat onze ontslaging uit de gevangenis met eene bekende reputatie en schadeloosstelling is geschied».

Waartoe Mr. F. L. Kersteman gecondemneerd is, en door welke redenen de eventuele afloop der zaak nog tot zijn voordeel is geweest, blijkt hieruit niet en zou in het door hem beloofde werk moeten worden gezocht, ’t welk echter niet in mijn bezit zijnde, door mij niet is kunnen geraadpleegd worden.

Met deskundigen hierover sprekende, kreeg ik eenparig ten antwoord, dat het werk hun geheel onbekend was, zoodat mij de gissing niet geheel ongegrond voorkomt of hij misschien niet van het plan der uitgave heeft afgezien, en men zich met het eenigzins duistere en tegenstrydige berigt van den afloop l.l. voorkomende zal moeten vergenoegen.

Het plaatje van de celdeur komt van de website Bedrijfshistorie Rotterdam.

Read Full Post »