Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘joodse boekhandel’

De Gocheltas van Momus: inhoudende meer als ses-hondert schrander-bedagte, en snedig uyt-gesprooken, zin, pit, punt, en schimp-redenen

Op zoek naar de Haagse boekverkoper Moselagen vond ik zijn eerste uitgave: een herdruk van de Gocheltas van Momus. In 1716 verschenen met het valse impressum ‘Te Nergens, By Jillis Overal, in de Steekel-Baars.’

Het bevat meer dan 600 grappig bedoelde aforismen, miniverhaaltjes. Hieronder nummer 352:

Een Monnik die Bibliothecaris van zeker Prins geworden was, wierd gelast een Catalogus te maaken, van de Boeken die onder zijn opzigt gesteld wierden.. Maar een Hebreeuws Boek in handen krygende wist hy het geen naam te geven, en Schreef: Nog een Boek waar van het begin aan het eynde staat.

Read Full Post »

Plomteux

Bezoek aan de drukkerij van Clément Plomteux (schilderij Léonard Defrance)

Eén van de grootste boekverkopers in de late 18e eeuw was Clément Plomteux, uit Luik. Een op expansie beluste uitgever die grote internationale projecten als de Encyclopédie méthodique niet schuwde (samen met Pancoucke). Het naslagwerk zou uitgroeien tot een 206-delig vehikel.

Plomteux is de geschiedenis in gegaan als een ongegeneerd nadrukker en uitgever van libertijnse werkjes.

Bovenstaand schilderij is twee jaar geleden teruggevonden. Plomteux had de drukkerij met toebehoren geërfd van zijn schoonvader Everard Kints, ook al zo’n verlichte boekverkoper die zich aan geen regels gebonden wist. Plomteux was vrijmetselaar en wist dankzij zijn uitstekende connecties op te klimmen op de politiek-bestuurlijke ladder. Zijn vermogen en zijn macht waren dusdanig fors, ondanks de economische crisis als gevolg van de revoluties in West-Europa, dat hij door zijn collega-boekverkopers intens werd gehaat.

Mooi plaatje. Klik erop, dan zie je de afbeelding in ’t groot.

Read Full Post »

De 142 meter lange Richelieu-trappen in Odessa (genoemd naar de eerste gouverneur van de stad)

Odessa. Beroemd om zijn trappen dankzij Eisensteins klassieker Pantserkruiser Potjomkin uit 1925 (filmpje).

Waren er ook joodse boekdrukkers in het Odessa van de 18e en 19e eeuw?

In ieder geval niet na 1836 toen na een moord (zelfmoord?) op een boekbinder in Slavuta in het hele Russische rijk de joodse persen werden stilgelegd. Behalve de pers in Vilnius, Litouwen.

Probleempje echter voor joodse schrijvers die geraakt waren door de fakkel der Verlichting. Want op de persen in het orthodoxe Vilnius werd natuurlijk geen werk gedrukt dat getuigde van de Haskalah. Israel Aksenfeld (1787-1866) bijvoorbeeld kreeg in Vilnius niets gedaan. En dus zette hij zich in voor een andere Hebreeuwse, jiddische pers.

Dat lukte. In 1847 kwam er een tweede bij, in Zhitomir of Zhytomyr (noord-westen van Kiev). Daar was in 1804 de reizende drukker Zevi Hirsch ben Simeon ha-Kohen neergestreken. Maar nadat ook daar een tijdlang geen joodse boeken meer gedrukt mochten worden, mochten de drie broers Hanina Lipa, Aryeh Leib, en Joshua Heschel Schapira zich daar vestigen als drukker.

Het zijn de vermoedelijk de broers van de Schapira’s die wegens verdenking van de moord in Slavuta een tijdje verplicht vakantie mochten vieren in Siberië. Kennelijk was de smet op het familieblazoen weggewist. Opnieuw hadden de Schapira’s een monopoliepositie verworven.

Maar ook bij deze chassidische familie was er voor Aksenfeld weinig eer te behalen. Opnieuw spande hij zich in voor de opening van een moderne drukkerij, deze keer in Odessa. Een hoop gedoe met de machthebbers was het gevolg. In 1859 kreeg ene Alexander Zederbaum toestemming om daar een Hebreeuwse krant te drukken. Vanaf dat moment gloorde er hoop voor Aksenfeld. Maar pas in 1861 kreeg hij beweging in de logge stedelijke apparatsjiks.

Bron:

Read Full Post »

Karlsruhe

Korban Natanael, gedrukt te Karlsruhe door Jakob Held (1755)

De eerste Hebreeuwse drukker in Karlsruhe was Johannis Ludwig Jakob Held. In 1755 kwam zijn eerste werk van de pers: de Korban Netanel met commentaren op de Talmud, geschreven door de plaatselijke rabbi Nathanael Weil (1687-1769). In ’57 drukte Held de kritische commentaren van de zeventiende-eeuwse rabbi Hezekiah da Silva op het eerste deel van de Shulḥan ‘Aruk.

De populatie van Karlsruhe (in mark Baden-Durlach) bestond in de 18e eeuw voor een aanzienlijk deel uit joden. De markgraaf van Baden-Durlach verleende, verlicht als hij was, joden veel privileges. Hierdoor werd de hoofdstad Karlsruhe voor veel joden aantrekkelijk om zich daar te vestigen. In 1740 was twaalf procent van de bevolking van Karlsruhe joods.

Zoeken naar Hebreeuwse boeken uit de achttiende- en vroeg negentiende-eeuwse Karlsruhe is vermoedelijk niet moeilijk. Of de drukkers stijf-orthodox waren, chassidisch-mystiek, of de haskalah ‘angehaucht’, weet ik niet.

Read Full Post »

Ba'al Shem Tov's houten 'Schul' in Medzhibozh (1925)

Op de route L’viv naar Tsjernobyl ligt Medzhybizh (Medzhibozh, Mez’buz). Alweer zo’n onbekend Oekraïens stadje, dat ooit heeft toebehoord aan Litouwen, Turkije, Polen en Rusland. In de 16e eeuw was het dankzij de welwillendheid van Poolse vorsten uitgegroeid tot een belangrijk regionaal centrum van de joodse cultuur.

Medzhybizh is de bakermat van de joods-mystieke, chassidische beweging. Rebbe Ba’al Shem Tov (1698-1760), de man met wie dit allemaal begon, kwam uit deze plaats.

Een andere, latere chassidische leider, rebbe Avraham Yehoshua Heshel of Apt (1748–1825) alias Apter Rov, vestigde zich in 1813 in Medzhybizh. Ook hij drukte een stempel op de scholing van Oost-Europese chassidische joden.

Nog geen spoor gevonden van boekhandel of drukkerij in Medzhybizh. Toch moet er een drukpers hebben gestaan.

Read Full Post »

Het Nieuws van den Dag, woensdag 10-9-1884

In de 19e eeuw hebben verschillende grapjassen geprobeerd genealogen, historici, letterkundigen om de tuin te leiden. Soms met ongelofelijk veel succes. Zoals het Oera Linda-boek waarmee François Haverschmidt de Friezen voor de gek hield. Of de Fortsas-catalogus. Of het Charter van Keulen.

Minder bekend is het voorval met de antiquair Moshe Wilhelm Shapira, die in Jeruzalem een fake manuscript van het boek Deuteronomium in zijn winkel had liggen. Het manuscript was 3000 jaar oud en was geschreven in Paleo-Hebreeuws (Phoenicisch), op leren/perkamenten vellen. Arabieren zouden het hebben verstopt bij de Dode Zee toen ze op de vlucht waren voor de Turken.

In 1883 had Shapira, inmiddels lid van de Anglicaanse kerk, geprobeerd het manuscript voor een miljoen pond te verkopen aan het British Museum. Dat had hij beter niet kunnen doen. Want

Mozes Shapira (1830-1884)

Want in Londen keek de hele geleerde wereld mee naar wat hij in zijn koffer had. Al snel concludeerden gerenommeerde archeologen dat het allemaal nep was: een manuscript kan onmogelijk 3000 jaar worden bewaard in het hete klimaat rond de Dode Zee.

Shapira nam ijlings de benen. Gebukt onder de schande zwierf hij langs diverse Europese steden om uiteindelijk te eindigen in Amsterdam. Vandaar vertrok hij naar Bloemendaal en daarna naar Rotterdam. Daar nam hij zijn intrek in Hotel Willemsbrug, een ‘onaanzienlijk hotel’ in de Boompjes te Rotterdam. Daar schoot hij zich op 9 maart 1884 door het hoofd. Zie voor verdere bloederigheden en de inhoud van zijn koffer: de Leydse courant van 13 maart 1884 en het Nieuws van den dag van 12 maart 1884.

De bewuste fragmenten werden kort daarna voor tien pond verkocht aan een handelaar. Later kwamen ze nog eens in de verkoop maar na 1887 zijn ze van de aardbodem verdwenen. Niemand heeft de bewuste fragmenten meer gezien.

Maar ja, de vondst van de Dodezeerollen in de jaren zestig heeft aangetoond dat manuscripten best lang bewaard konden worden. En dus is iedereen op zoek naar de Deuteronomium-fragmenten van Shapira.

Van het Numeri-manuscript, waarvan in het krantenartikeltje ook sprake is, weet ik niets. Kennelijk ook een hoax.

Bronnen:

Read Full Post »

Havvah Schapira

Het gebeurt niet vaak dat er in een synagoge een lijk, hangend aan het plafond, wordt aangetroffen.

In 1834 was het lijk het gesprek van de dag in Slavuta, een stadje dat sinds 1793 na de zoveelste deling van Polen deel uitmaakte van het Russische rijk maar dat tegenwoordig in West-Oekraïne ligt. De lugubere vondst zou grote gevolgen hebben voor de Hebreeuwse boekhandel in Rusland.

Slavuta kende in die dagen één grote boekhandel annex drukkerij: van Mozes Schapira en zijn zoons Shmuel Abraham Abba en Pinhas. De Schapira’s waren beroemd, of liever gezegd berucht om hun uitgave van de Talmud. Die had volgens de concurrent in het orthodox-Joodse Litouwen geen officiële goedkeuring.

En dus lagen de Schapira’s onder vuur. Voor een heilig boek heb je nu eenmaal het fiat nodig van rabbi’s en tzaddikim. Bovendien hadden ze de goedkeuring nodig van de Russische censor. En die hadden de boekverkopers ook niet. Dit was vragen om moeilijkheden.

Die moeilijkheden dienden zich al snel aan. Het lijk was namelijk van een boekbinder die voor de Schapira’s werkte. Al snel ging het gerucht dat de broers hem de nek hadden omgedraaid omdat de binder hen wilde verraden wegens de illegale drukkerspraktijken.

In het gerechtelijk onderzoek werden twee joden als getuige à charge opgeroepen. Volgens de dochter van Pinhas, de schrijfster Havvah Shapira, had het orthodoxe tweetal er belang bij om tegen de broers op te treden. De getuigen moesten niets hebben van de chassidische opvattingen van de twee drukkers. Het was volgens deze dame zelfmoord en haar voorvaderen hadden er niets mee van doen.

Desondanks werden de twee drukkers schuldig bevonden.

Intussen was het tsaar Nicolaas I ter ore gekomen dat de drukkers een boekbinder hadden vermoord om daarmee hun illegale praktijken te verhullen. Hij liet hen geselen waarna ze werden verbannen naar Siberië. Daarna werden alle joodse boekhandels en drukkerijen in Rusland gelast hun deuren te sluiten.

Bronnen:

Read Full Post »

Older Posts »