Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘drukpersvrijheid’

De Republikein, titelvignet

Gelezen in De Republikein, nr. 175:

All’ wat ademt in Holland, was bevreemd over den zonderlingen ijver van Holland’s Provinciaal Bewind, in het gevangen nemen van den Alphenschen Courantier Olivier, omdat hij in zijn Courant had overgenomen een gedrukt stuk, over de Vredes-preliminairen, hetgeen te Frankfort algemeen verspreid was, en waarvan de hoog opgevijzelde misdaad, eenvoudig afloopt met een ontslag van den gevangenen, nadat de Bailluw van Rhijnland geweigerd had, denzelven, ofschoon tot zijne rechtbank behoorende, overtenemen, omdat ‘er in den Man geene schuld was, dan die dagelijks door alle Courantieren bedreven wordt. – De Courantier Lieve van Ollefen wordt, op last der Binnenlandsche Correspondentie van de Nationale Vergadering, crimineel gevangen gezet, omdat hij, door eene ultra-revolutionaire bedreiging, de Orange-gezinden bij hunnen plicht als eerlijke lieden had willen houden. – En de Leidsche Courantier, ofschoon, als politieke Logenaar, berichten uit het Vredes-Congrés te Rijssel en Parijs, in zijn Courant van 7 Augustus, opdisschende, waarvan niet één enkel woord waar is, en waardoor hij alleen met zijne Medestanders vóórhad, den eenvoudigen Burger, door bedreiging, tot de aanneming van het Ontwerp van Constitutie te dwingen, wordt ongestraft vrijgelaten!!! Welke schoone bijdrage tot de geschiedenis van het 3de Jaar der Bataafsche Verwarring! De kleine Dieven hangt men op, en de grooten laat men lopen! Duo cum facunt idem, non est idem, (offschoon twee persoonen dezelfde dwaasheid doen, is het echter geenszins dezelfde daad) dus spreekt de oude Jacob!

Read Full Post »

Hier ziet men de Stads Tuin van binnen waar zich eenige Heeren van den Gerechte der Stad Amsteldam, naar de toenmaalige wyze, vertoonen; mitsgaders eenige uitmuntende toegelaatene persoonen van beide kunnen; voorts ziet men den Scherprechter in ’t midden, bezig zynde met de Exemplaaren van het Boek: Over den Waaren Godsdienst door VOLKELIUS, te verbranden; men ziet ook eenige niet toegelaatene persoonen, ter voldoening hunner nieuwsgierigheid, in de Boomen, enz.

Deze beschrijving van een boekverbranding, overgenomen uit het tijdschrift de Staatkundige historie van Holland (deel 48, uitgegeven in 1780 en handelend over 1642). – Overigens weer zo’n tijdschrift dat door de titel en de manier van inbinden zijn karakter als zodanig niet meer prijsgeeft.

De sociniaan Johannes Volkelius had De vera religione geschreven (voltooid door Johannes Crellius). Dit werk werd – meters over de grens van het godsdienstig toelaatbare – in Amsterdam gedrukt. Dat was vragen om moeilijkheden. Bij de drukker Willem Jansz. Blaeu werden maar liefst 550 exemplaren aangetroffen, die op 20 februari 1642 in de stadstimmertuin werden verbrand.

Het is niet bekend of ook het zetsel van dit zwaar verboden boek in beslag genomen is. Wel is duidelijk waarom de vertaling in 1649 verscheen met het valse impressum: ‘Gedruckt tot Racouw, by Sebastiaen Sternatski’.

Sternatski was in de eerste helft van de 17e eeuw een bekende niet bestaande drukker. De STCN noemt een tiental werken die Sebestyan Sternacki uit Raków tussen 1613-1649 zou hebben gedrukt. Stuk voor stuk theologisch subversieve werken.

Read Full Post »

Tot de canon van de Nederlandse literatuur over drukpersvrijheid behoort het Request van de Leidse boekverkopersfirma’s Cornelis van Hoogeveen junior en Van der Eyk & Vijgh. Het is geschreven door hun Leidse collega Elie Luzac.

Aanleiding waren de plannen van de Staten van Holland om de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen. Er moesten in plaatsen waar meer dan vijf boekverkopers actief waren, censors worden aangesteld. Leiden, Rotterdam en Den Haag kregen er drie, Amsterdam kreeg er vijf. Er mocht niets meer worden gepubliceerd dat niet door de censors was goedgekeurd.

Uitgevers konden slechts tegen de plannen in het geweer komen via hun eigen, stedelijke vroedschap. Die alleen kon bij de Staten protesteren tegen het concept-placcaat. En dus werden er in steden als Rotterdam, Amsterdam en Leiden rekwesten opgesteld.

Het Leidse betoog bevat een 133 pagina’s lang pleidooi om de de voorgenomen censuur tegen te gaan. Eén van de argumenten betreft het onvermogen van censors om te komen tot een objectief oordeel over boeken.:

Sommigen begrypen, dat de lectuur van een Grandison niet dan nuttig en dienstig kan zyn: men zoekt de Kinderen graegte tot leezen te doen krygen met een Robinson Crusoe, met een Païsan Parvenu: men trachtze het verstand levendig te maeken met geestige stukjes van poëzy en met tooneelstukken.

Terwyl nu sommigen die Boeken en Geschriften als nuttig aenpryzen, zyn ‘er wederom anderen, die alle zoodanige werken houden voor schadelyk voor de Jeugd. Daer zyn plaetsen, daer geen Avantures de Robinson Crusoe mag verkoft worden: daar zyn menschen, en zelfs zulken, die men niet kan beschuldigen van dom of onkundig te zyn, welke van oordeel zyn, dat het leezen of leeren van fabels ondienstig zo niet schadelyk is voor de Jeugd.

Daer zyn ‘er die denken, dat de Italiaensche muziek-trant te kort doet aen de verhevene denkbeelden, welke in de fraeije gedichten van de Heeren SCHUTTE, VOET, en ELIKINK den geest tot een deftiger gezang moet opleiden.

Verder gaat het niet alleen om objectiviteit maar vooral om verschillen in inzichten. Wat de een obsceen acht, vindt de ander juist humoristisch of zelfs leerzaam.

Kortom, van de verhevenste werken tot de almanakken en verdere prullen, daer de Knechts en Meiden zich mede ophouden, geen soort is ‘er, of men zal ‘er stof in vinden om te twyfelen, of zy hooren tot de classis van zulke, die door hunnen Obscoenen inhoud geschikt zyn om inbreuk te doen op de goede zeeden en strekken tot bederf der Jeugd of niet:  kunnende het woord Obscoen, door een willekeurige interpretatie, naer believen geëxtendeerd worden.

Wendt men wyders het gezicht naer de Printverbeeldingen: hoe veele zyn ‘er, die voor zeer geestig en aertig doch niet voor Obscoen van deezen gehouden worden, welke andere en vooral jonge Dames doen bloozen.

De verliefde Dido op de houtmyt liggende; Cloris, met Roosje dansende, en met de voet haer voorschoot, daer wat boven het midden een roosje opgeschildert staet, opstootende; de vryery van Reinier Adriaensz. en Saertje Jansz; de Kraemkaemer van Troost, daer ’t snoepachtig weezentje zoo aertig in uitgedrukt is […]

Read Full Post »