Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘boekhandel’

Nog twee aforisme-achtige verhaaltjes uit de Gocheltas van Momus (1716). De verhaaltjes hebben veel weg van de populaire apologische spreekwoorden (zei-spreuken). Deze keer gaan de verhaaltjes over Leidse studenten.

Het eerste bevat een wijze les over het wonen op kamers. Zoek alleen gezelschap van brave borsten, adviseert pa tijdens hun zoektocht naar een geschikte kamer. Onderweg passeren ze een huis met een fraai beboezemde dame voor de deur die uitnodigend vader en zoon aankijkt. Brave borsten, merkt papa op, en concludeert dat dit het huis moet zijn waar een geschikte kamer gevonden zal worden.

Het tweede verhaaltje gaat over het aanleggen van een privé-boekerij. Een student komt een boekwinkel binnen waar een veiling gehouden wordt. Wijsneuzerig vraagt hij waar de theologanten staan. Geintje, denkt de veilingmedewerker, en zegt dat de theologanten in de collegebanken zitten.

390. Te Leyden quam een Heer wiens Zoon daar ter Studie gaan zoude, om met hem naar een Kamer te zoeken, en tot dien eynde gingen zy verscheyde straaten door wandelen. Op den weg zijnde gaf den Vader hem eenige lessen, om zig in zijn toekomende In-wooning daar naa te reguleeren. Onder anderen zeyde hy hem, Zoon gy moet quaat gezelschap vermyden. Dog om dat gy niet altoos alleen kund zijn moet gy naar Brave Borsten uyt zien, en uw daar by houden. Ondertusschen quamen zy voor by een Huys, daar een Juffer voor stond , die ‘er heel gezond uyt zag. Vader zeyde den nieuwen Student, Die Juffer heeft Brave Borsten, laat ons vraagen of zy ook een Kamer te Huur heeft.

391. Een ander Student quam te Leyden in een Boek-winkel stuyven, daar een Auctie stond gehouden te worden, waar van de Boeken vast door de Lief-hebbers bekeeken wierden, en vroeg heel winderig. Waar zijn de ongebonden Theologanten. En een ander antwoorden. In uw Collegie.

Read Full Post »

A l'égide de Minerve (schilderij van Léonard Defrance)

Nog zo’n fraai schilderij over het boekenbedrijf in Luik.

Op de muur van de boekhandel hangt het Edit sur la Tolérance. Verder zie je aanplakbiljetten waarop l’Esprit des Lois, van Montesquieu, en het verzamelde werk van Jean-Jacques wordt aangekondigd. Voor de ingang liggen enkele balen ongebonden boeken.

Het is bekend dat Luik een belangrijk logistiek knooppunt was voor de handel in (subversieve en libertijnse) Franstalige boeken: in Holland gedrukt en via Luik getransporteerd en gesmokkeld naar Frankrijk.

Read Full Post »

Rowlandson, Dr. Syntax & The Bookseller (uit: William Combe, The Tour of Doctor Syntax in Search of the Picturesque)

Gelezen in De Fortuin van 15 juli 1805: ‘De milde boekverkooper’.

Ja, Van der Wurm! het gaat zó slecht thans met myn zaken,
Dat ik reeds, voor de kost, ben aan het vaerzen maken.
Wat geef je wel
Voor een gedicht, zo van een vel
In groot oktaaf? Je hebt niet voor ’t debiet te vreezen.
De tytel is: ‘T BATAAFSCH FINANCIEWEZEN:
Een ieder zal, om stryd,
In dezen schralen tyd,
Na zulk een vaers verlangen,
Waar veler welvaart door den tyd van af zal hangen.
Een eerste druk, dat ik je zeg!
Gaat binnen zeven dagen weg;
Den dag van de uitgaaf zal je van het vouwen zweten;
Des middags, staande, zo maar uit de hand wat eten.
Dat zal een drukte zyn! Wel, heere jemenie!
’t Is of ik aan je deur al honderd jongens zie.
En dan de tweede druk, de derde, vierde, (hoor je?)
Is ook noch een zoet hapje voor je.
Dus, dat is alles wél. ’t Gedicht is byna klaar,
En wat het rym betreft, daaräan ontbreekt geen hair.
Nu vraag ik, daar je leeft, en ook moet laten leven,
Of jy me voor men werk wilt vier dukaten geven? –
“Jawel,” was ’t antwoord, “graag! ‘k geef zeker noch veel méér;
Doch ik verwacht je, met je mooije vaers, niet eer,
Vóór dat je eens zó kunt bedislen
Dat ik, voor vyf en vyf, dukaten in kan wislen.”

Read Full Post »

Mishnat Betra (Talmud bavli), Slavuta 1803

Bij Bouwman Oriental Books is dit Talmud-tractaatje te koop. Het is vermoedelijk gedrukt in Slavuta door rabbi Mosje Shapiro. Het wit van het papier heeft een blauwe waas over zich: blauw papier werd in die tijd vaker gebruik, schrijft de antiquaar.

Slavuta was aan het einde van de 18e eeuw net als Lemberg een belangrijk centrum voor de Hebreeuwse boekhandel. In 1791 vestigde Mozes Schapira (andere spelling) zich in deze toenmalige Russische stad, gelegen tussen Lemberg en Kiev. Hij is vooral bekend geworden door de invloedrijke Talmud die in 1806 van zijn persen kwam.

Schapira (1758-1838) kreeg het aan de stok met zijn collega Baruch Romm uit Vilnius (Litouwen), die met een concurrerende, niet-chassidische uitgave van dit heilige boek kwam. Een Talmud druk je niet zo maar, dat kan alleen onder supervisie van een rabbi en wanneer de vorige editie was uitverkocht. Dat laatste was niet het geval, betoogde Schapira maar hij kreeg tot zijn grote ergernis het gelijk niet aan zijn kant.

Toen bleek dat hij de Poolse rabbi’s en de tzaddikim op zijn hand had, ging Schapira – inmiddels bijgestaan door zijn zoons – gewoon door met zijn eigen Talmud, waarvan op dat moment de derde druk ter perse was. Het slot van het liedje was dat in 1835 de drukkerij op last van de overheid gesloten werd, al was dit niet zozeer door de vete met Romm alswel door een heuse moord in de boekhandel:

Moses, or rather his sons Phinehas and Samuel Abraham, began the publication of a third edition of the Talmud, but had not gone further than the tractate Pesaḥim when they were arrested on the charge of having murdered a Jewish bookbinder who had committed suicide in their establishment. Zie Jewish Encyclopedia.

In 1836 werden alle joodse drukkerijen in Rusland gesloten. In Vilna kon men wel doorgaan met drukken (Over dit alles: The Drama of Slavuta, van Saul Moiseyevich Ginsburg).

Waarom dit alles? Omdat ik op zoek ben naar boeken die in Oekraïense yeshiva’s werden gelezen (gebruikt).

Read Full Post »

Limude atsilut (Lvov ca 1850), van Isaac ben Solomon Luria

Lwow, Lvov, Lviv, Lemberg: namen voor één en dezelfde plaats in de Oekraïne. Een reisje naar dit ‘Florence van Oost-Europa’ ligt in het verschiet om een oude yeshiva te vinden. Maar de oogst zal helaas minimaal zijn.

Alvast gezocht naar de boekhandelsgeschiedenis van deze oude Poolse/Habsburgse stad. Wat blijkt? Tot 1782 was er in de stad geen joodse drukker, ondanks de grote joodse gemeenschap daar. In dat jaar besloten de Habsburgse autoriteiten de joodse drukkers uit het naburige Zolkiev te laten verhuizen naar Lemberg, omdat vanuit Lemberg beter toezicht gehouden kon worden op wat er op de pers werd gelegd.

Het besluit luidde een grote bloeiperiode in voor de Hebreeuwse drukpers in Lemberg. De Hebreeuwse boekhandel daar groeide uit tot het centrum voor het Hebreeuwse boek in Oost-Europa en de Balkan.

Eén van de drukkers die gedwongen waren te verhuizen, was Judith Rosanes († 1805). Zij was de achterkleindochter van Uri Phoebus, een drukker die in 1691 vanuit Amsterdam verhuisd was naar Zolkiev.

Judith Rosanes was weduwe van drukker David Mann, maar had in haar eigen familie ook talrijke neven met een eigen drukpers. Eenmaal in Zolkiev trouwde ze met de geleerde rabbi Hirsch Rosanes. Desondanks bleef ze als commercieel werkende drukker de drukpers bedienen; zo’n vijftig Hebreeuwse titels staan op haar naam.

Ze had 24 mannen in dienst. Mogelijk werd ze in haar werk bijgestaan door haar zoon uit het eerste huwelijk, Naftali Hertz Grossman. Deze was echter in 1797 in Lemberg voor zichzelf begonnen. Ook in de boekenbranche.

Het aardige is dat de naam van Judith Rosanes zo beroemd was, dat die halverwege de negentiende eeuw als vals impressum op diverse titelpagina’s opdook. Drukkers gebruikten haar naam om aan te tonen dat de verboden chassidische werken die ze verkochten, vele decennia eerder waren geproduceerd. Zo leefde deze beroemde joodse drukster nog lange tijd na haar overlijden voort.

Meer leesvoer:Hebrew printing houses in Poland‘ van Krzysztof Pilarczyk, in Studia Judaica 7 (2004).

Het hierboven afgebeelde boek Limude atsilut is van rabbi Isaac ben Solomon Luria, kabbalist uit de zestiende eeuw.

Read Full Post »

Van het plaatjesboek Kunsten, ambachten en bedrijven voor kinderen verschenen 3 delen. Die delen heten stukjes: in de 18e eeuw de gebruikelijke benaming voor afleveringen. Dus zou je het werk ook een tijdschrift kunnen noemen. Maar een ‘stukje’ is ook een katern en dan ben je weer terug bij het fenomeen boek. Lekker ingewikkeld allemaal.

Hieronder een afbeelding van een ambacht uit het boekenbedrijf: de boekverkoper. Anno 1828 houdt hij zich ook nog bezig met uitgeven. Uit de tekst blijkt verder dat de schrijver betaald wordt voor zijn manuscript. Over de oplage wordt vermeld:

Veeltijds laat men één riem opleggen, dat wil zeggen, dat men zoo veel van dezelfde boeken laat drukken, als er enkele vellen papier in eenen riem papier zijn.

Verder staat er een opmerking over de waarde van de eerste druk en over de schrijfwaren die in de boekhandel te koop zijn: kantoorbehoeften, schrijfboeken, inkt, pennen, lak, ouwels.

Read Full Post »

De Nederlandse vertaling van het spectatoriale weekblad Der Artzt was in de Republiek net zo populair als het origineel in Duitsland.

De schrijver was Johann August Unzer (1727-99), arts in Hamburg/Altona en populair als de tv-dokters van tegenwoordig. Het blad staat vol met eubiotiek, maar tussendoor vind je ook leuke opmerkingen over bijvoorbeeld zijn relatie met het drukkerijpersoneel.

Er staat een humoristische briefwisseling in tussen hem en zijn letterzetter. Deze maakt er soms hele zinnen bij, die Unzer nooit geschreven had. Als Unzer eens niet voldoende kopij heeft gezonden, wordt hij daaraan herinnerd:

Zodra gij mij met eenen Maandag dreigt, moet alles blijven staan en liggen en het moet mij gelegen komen te schrijven.

Read Full Post »

Older Posts »