Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Amsterdam’

Gelezen bij Wagenaar, in zijn boek over de geschiedenis van Amsterdam (3 delen, 1760-1767): het verhaal over de Amsterdamse Courant (er was niet alleen een Nederlandstalige maar ook Franse en Italiaanse krant) en de officiële stadskrantdrukkerij.

Voor het leesgemak heb ik hieronder wat hard returns in de tekst gezet.

STADS-COURANTEN-DRUKKERY.

Het aanstellen van Koopmans-boden,die brieven van de eene naar de andere plaats bragten; ’t welk, hier te Lande, niet voor de zestiende eeuwe, en in deeze Stad, zo ver my gebleeken is, eerst omtrent het midden dier eeuwe, schynt begonnen te zyn; heeft, toen het, omtrent den aanvang der volgende eeuwe, zeer in gebruik was geraakt, naar ’t schynt, de eerste aanleiding gegeven, tot het opstellen, drukken en uitgeeven van nieuwstydingen uit verscheiden Gewesten, die, hier, met een onduitsch woord, Couranten, of Loopmaaren, gelyk de Ridder HOOFT dit woord vertaalt, genoemd werden.

Men begon hiermede, al vroeg in de zeventiende eeuwe, te Haarlem en te Amsterdam, zonder dat ik heb konnen ontdekken, in welke deezer twee Steden, de eerste Couranten uitgegeven zyn. Ik heb Amsterdamsche Couranten van de jaaren 1628 en 1632 in handen gehad, de oudste van welken gedrukt was, by Broer Jansz, die zig noemt Out Courantier in ’t Leger van zyn Princelycke Excellentie.

De Couranten vonden, al terstond, en inzonderheid, na dat, met het uitgaan van het twaalfjaarig Bestand, de oorlog wederom begonnen was, zeer veele Leezers. In Amsterdam, kwamen, weekelyks, verscheiden’ Couranten uit, by onderscheiden’ Drukkers, die dit werk, in ’t eerst, op eigen gezag, ondernomen hadden.

Doch, naderhand, verzogten en verkreegen zy daartoe verlof van Burgemeesteren; gelyk zo de Boekdrukker Otto Barents Smient, in ’t jaar 1655 , vryheid kreeg, om de Saturdagse Courante, om de veertien dagen, en de Fransche Courante, weekelyks, des Maandags, te mogen drukken, in de plaatse van Jan van Hilten en zyne erfgenaamen.

Men gaf aan deeze Drukkers den naam van Courantiers. En vind ik, dat Joannes van Ravesteyn, in’t jaar 1661, in de plaats van de Weduwe Pieter Broersz, tot Courantier aangenomen is.

Behalve de Nederduitsche en Fransche Couranten, bekwam Cornelis Jacobsz. Zwol, in ’t jaar 1668, ook verlof om eene Italiaansche Courant uit te geeven:’t welk, nogtans, niet lang geduurd heeft. De Fransche Courant werdt, in ’t jaar 1683, verbooden. Doch ’t leedt niet lang, of derzelve werdt wederom toegelaaten.

De Boekverkooper Caspar Commelin, dezelfde, meen ik, van wien, in ’t jaar 1694, de bekende Beschryving van Amsterdam uitgegeven werdt, was geprivilegeerd, tot het uitgeeven der Amsterdamsche Duitsche en Fransche Courant, en hadt zig, eenige jaaren te vooren, in maatschappy begeven met Jean Tronchin du Brueil, die, in ’t jaar 1690, verlof kreeg tot het uitgeeven der Fransche Courant: ’t welk nog, door zyne nakomelingen, geschiedt.

Commelin gaf de Nederduitsche Amsterdamsche Courant, eenige jaaren te vooren, uit, op zynen naam alleen. Doch zy werdt, meen ik, naderhand, uitgegeven, door Aart Dirksz. Oossaan of deszelfs Weduwe, welker nakomelingen de voordeelen, die ‘er van kwamen, in laater’ tyd, gedeeld hebben, met den Advokaat Willem Arnold, die de Courant schreef, of deedt schryven.

Na nog eenige veranderingen , in ’t bewind over dezelve, werden Burgemeesteren, in ’t jaar 1734, te raade, den eigendom der Courant, by verdrag met de bezitters, te verkrygen voor rekening van de Stad, en het Courantierschap, onder den titel van Commissarisschap der Binnen- en Buitenlandsche Nouvelles of Tydingen, te begeeven als een Ampt, waarvan de Stad, nogtans, nu, de helft der inkomsten geniet; en na het afsterven van den tegenwoordigen Heere Commissaris, de geheele inkomsten genieten zal, zullende het Commissarisschap, als dan, of vernietigd, of voor rekening der Stad, waargenomen worden.

En deeze nieuwe schikking, op het uitting geeven der Nederduitsche Amsterdamsche Courant, heeft gelegenheid gegeven, tot het opregten der STADS-COURANTEN-DRUKKERYE, waartoe een huis aan de oostzyde van de Beurs gebouwd is, in welk, de Uitgeever der Courant vrye wooning heeft.

Tot het samenstellen der Courant, zyn twee Persoonen aangesteld. Op de Drukkerye, daar twee persen gaan, arbeiden zeven zetters en drukkers, behalve den meesterknegt. De Courant wordt, driemaal ter weeke, uitgegeven, des Dingsdags, des Donderdags en des Saturdags: ’s daags en ’s nagts te vooren, wordt zy afgeschreeven en gedrukt.

De Stads Courantier is, volgens eene Instructie van den negen en twintigsten May des jaars 1693, verpligt “zorg te draagen, dat hy geene verdigte tydingen verspreide, en altoos opregte berigten bekome. Hy mag, wegens de Koopvaardyschepen, die hier in laading leggen, en derzelver vertrek niets melden, waarmede de vyand zyn voordeel zou konnen doen: ook geene aanstootelyke uitdrukkingen, betreffende den Paus, de Kardinaalen, de Geestelykheid, of eenige gekroonde Hoofden, Prinsen of Mogendheden, vooral, zo zy vrienden of bondgenooten van den Staat zyn, in de Courant invoegen. De huisselyke zaaken en Resolutien van den Staat, al zyn ze binnenslands niet t’eenemaal geheim, mogen ook, in de Courant, niet weereldkundig gemaakt worden.”

Burgemeesteren hebben, in ’t jaar 1734, de Courantiers ook verbooden, briefwisseling te houden met Ministers van den Staat of derzelver bedienden, en den inhoud van derzelver brieven in de Courant te plaatsen.

Advertenties

Read Full Post »

Een vreemde categorie tijdschriften wordt gevormd door de Prys-couranten. Ze verschenen vanaf 1796 zo goed als dagelijks en altijd ter grootte van een half vel folioformaat, in de lengte gevouwen. Door die vouwwijze zijn het lange smalle krantjes. Ze bevatten de dagelijkse koersen van bedrijven die aan de Amsterdamse beurs waren genoteerd. Of elders vergelijkbare prijscouranten verschenen, weet ik niet.

Ze schijnen gedigitaliseerd te zijn voor de Stichting Vereniging voor de Effectenhandel. Op basis van aanmelding kun je ze inzien, maar de website zelf doet hierover geen enkele mededeling.

Read Full Post »

Coo de Slaaf

Het etablissement van Coo de Slaaf was van een ander kaliber dan dat van Ramponeau. Het speelhuis bevond zich in de Leidsedwarsstraat, Amsterdam. Bicker Raye schrijft:

Drie à vier maal per week, als het speulavond was, quaamen daar wel vijftig à sestig juffrouwen van plisier, om er te dansen en haar fortuyn te soeken.

De uitbater, Jacobus van Haaften, dankte zijn naam aan het feit dat hij in zijn jeugd enige jaren als slaaf in Turkije had doorgebracht. Ondanks, of dankzij zijn etablissement is hij uiteindelijk nog als een gerespecteerd man overleden.

Kersteman vond het speelhuis beneden aller peil. In zijn autobio schrijft hij:

Ik moet zonder achterhouding, en zonder mij met het kleed van veinzerij te bedekken, rondborstig bekennen dat ik niets behaagelijks, bekwaam om mijne zinnen te streelen in deeze vertooning vond. En dat, hoe zeer ik altijd een beminnaar van de vrouwlijke sexe geweest ben, mij sedert mijne jongelingschap steeds de walg gestoken heeft gehad van zulke gerievelijke meisjens welke haare bekoorelijkheden aan de meestbiedenden te koop veilen.

Read Full Post »

ontleederIn zijn Ontleeder der Gebreeken (23-10-1724) doet Weyerman verslag van wat hij op de Amsterdamse kermis ziet. De koorddanseresjes trekken zijn aandacht.

Onder luid tromgeroffel betreedt het eerste meisje het strakke koord. Zelfverzekerd zet ze haar eerste pasjes. Onder het publiek bevindt zich een Depardieu look-alike die haar kunsten met bewonderende kreten becommentarieert. Helaas, haar aandacht verslapt. En daar bungelt ze:

Een jonge Koordedanster beklom de styve Koord, onder ’t faveur van die kraakende Muziekaale Storm, doch met een ongelukkig voortgang, want dewyl zy door ’t Vizier van een geblankette Tronie, meer staroogde op de zwarte Raagbol van een Franschman, die ’t Toonneel bewierookte met Mord …’s, Jernid’…s, en Sakred…’s, dan op het uyteynde van de Danskoord, buytelde zy neerwaards, en bleef onderweegen hangen aan die blanke hoepels, waar meede zy meer Minnaars had omcirkelt, als gewyde Kerkpilaaren.

Daarna stapt een tweede koorddanseres op het smalle touw. Maar ook zij tuimelt naar beneden. Verlekkerd beschrijft Weyerman dat hij bijna haar ‘gulde Vlies’ had gezien. Bijna, want haar zijden slipje had hem het uitzicht ontnomen:

Een tweede Juffer volgde die gevalle Buytelaarster op, en zy beklauterde dat smalle Henneppe voetpad, met een air van Vertrouwendheid, dog zy trof het zelve geluk van haar Voorzaat, dat is, zy tuymelde insgelyks neerwaards, maar met meer Succes. Dat Lam bleef hangen aan haar rechter Dey, de helft van de Passer der Liefde; en indien de Surtout van een zyde Broekje het niet had belet, als dan zouden de Toezienders op de Staanplaats ’t Gezigt hebben gehad, van dat gulde Vlies, voor een paar Stuyvers, dat zo dikmaals geexponeert wort, aan de zonnestraalen van een paar Hollandsche Dukaaten.

Morgen twee mooie prenten van de booster op de 18e-eeuwse kermis. En wij maar denken dat die pas midden 19e eeuw werd geïntroduceerd.

Read Full Post »