Feeds:
Berichten
Reacties

Ik heb inmiddels heel wat tijdschriften van voor 1800 in handen gehad, maar nog nooit ben ik er een tegengekomen met deze opvallende layout. In het Wekelycks bericht voor de provincie Mechelen van 3 maart 1782 staat een gelegenheidsgedicht overdwars geplaatst. Dat deed uitgever Vander Elst sr. wel vaker.

Het lijkt erop dat hij alleen voor de layout van een dwarsligger koos als het een lijkdicht was voor een beroemdheid. Gewone doden kregen een lijkdicht dat binnen de normale layout werd geplaatst. Overdwars: misschien kostte dat meer voor de inzender?

Hier is het lijkdicht geschreven op het overlijden van de plaatselijke kanunnik & kroniekschrijver Gérard-Dominique de Azevedo-Coutinho-y-Bernal. Deze Azevedo leverde de lange reeks historische samenspraken die Vander Elst in zijn Wekelycks bericht plaatste. De kannunik stond op de lijst van het Fonds Mechliniensia, wat inhield dat hij verboden boeken mocht lezen.

Hij blij.

De veiling van Azevedo’s ‘Meubelen, Lynwaerd, Koper, Thin, Beddens, Ledikanten, ende twee schoone Taefels met Marbere Schelen’ (p. 303) vond plaats op 24 juni 1782.

Het Wekelycks bericht voor de provincie van Mechelen is een crime. Veel ordonnanties, stuk voor stuk weinig gezellig leesvoer. De ellenlange historische uiteenzettingen moeten voor de achttiende-eeuwer voor de broodnodige afwisseling zorgen, maar voor de hedendaagse onderzoeker is het ook hier even doorbijten.

En dan heb je nog de massa’s advertenties voor huizen en beemden. Ook niet fijn. Er staan slechts enkele advertenties van (Mechelse) boekverkopers in. En dan ineens kom je een bericht tegen over een weggelopen student. Een beetje zielig geval, hoewel hij kostbare kleding draagt. Te veel in de spiegel gekeken, denk ik, en vervolgens de plomp in gelopen:

Alzoo op 15. der gepasseerde maend November 1781, eenen Jongeling uyt de Studie tot Mechelen gemist is, oud 18 jaeren, zynde redelyk lang van gestelte, grof van spraeke, wynig van spreken, bruyn en pokdalig van aensigt, swart van hair, van wynbrouwen en oogen, het hair gebonden, hebbende platte en groote voeten, ende een lit-teeken op het scheil van syne rechte ooge, zynde zeer by-sigtig, gekleed met een hoog blouw laekene kleed, met zilvere gewerkte knoppen, swarte Stoffe Jub en Broek, swarte Seyde Aujour Kaussens, vier-kante Zilvere mode Gespen in de Schoenen en Broek, een Zilvere Gespe in het halsken, by sig hebbende eene Zilvere Zak-horologie met een groen Horologie-koordeken door-werkt met Goud.
Zoo wie den zelven kan ontdekken ’t zy levende ofte dood, zal sig addresseren by den Eerw. Heere van Walle Priester ende Praefect van ’t Oratorie tot Mechelen, ofte by den Notatis Dehaen woonende in de Valk-straet by de Vrydags-merkt tot Antwerpen zullende den genen die den voorsz. Jongeling met zekerheyd zal aenwysen treffelyk geloond worden.
Nota dat men van gevoelen is, dat den voorsz. Jongeling verdronken is. (9 december 1781)

In het Wekelycks bericht voor de stad en de provincie van Mechelen staat op 8 december 1776 een opmerkelijk bericht. Zo opmerkelijk zelfs, dat er een illustratie aan toegevoegd is. Zojuist is namelijk een Siamese tweeling geboren: een ‘voldraegen Waen-schepsel’. De lezers van het doorgaans saaie advertentieblad moeten het sensationele bericht gretig hebben gelezen:

Dese Kinderen aen elkanderen geboren, hebbend twee Hoofden, ider Lichaem heeft syn twee Hermen, alles in zyne naturelycke forme. Dese twee Leyfkens neme hunne vereeninge ofte samen-stel tot in elkanders borste. Het overigh lichaem naer onder is een volkomen Manneken, hebbende eenen Navel en een Ars-gat; nemende syn beginsel met eenen Buyck, twee volslaeghe Beenen met twee Voeten, hebbende alle beyde geeten en hunnen Dreck gelost, het een Kint heeft naer het ander ontrent de ses uren geleeft.
Dese Kinderen syn eerst t’huys gedoopt door de Vroed-Vrouwe, ende ontrent den 10 uren des morgens in de Parochiale Kercke ven de H. CATHARINA alhier, door den Heere Van De Goor, onder Pastoor (op Conditie) zy syn Wettige Kinderen van Joannes-Josephus Lettany ende Margarita-Josepha Horion gehouwde; tot Peters hebben sy gehad Joannes-Baptista-Josephus Lettany ende tot Meters Petronella Likens, Petrus-Antonius Vestras met Maria Van Den Eynde;
’t is te noteren dat het een Kindt is genoemt Joannes-Baptista, ende dat men van het ander Kindt niet en wist oft het selve een Jonckxken oft een Meysken was.


De Courier van ’t departement der Twee Nethen verscheen zoals zoveel kranten uit de achttiende eeuw twee keer per week. De krant werd in Antwerpen gedrukt door Joseph Saeyens.

De krant stond volledig onder (Frans) staatstoezicht en bevat veel officiële berichten. Er is dan ook weinig lol aan om het nieuws te lezen. Op 10 juni 1796, bijna zomer, verscheen een bericht over de verlichting op straat, na elf uur ’s avonds:

De Municipaele Bestieringe van Antwerpen Hoofd-plaets van het Departement der twee Nethen, waerschouwt dat het verboden is aen alle Inwoonders en andere particuliere van wat kwaliteyt of Conditie zy moogen weezen, van naer elf ueren des Avonds over de straeten te gaen ofte zig op te houden zonder voorzien te zyn van Licht ’t zy Flambeeuwen, Fakkel, Lanteirne, brandende Lonte ofte andere diergelyke vueren, tot voorder Order.

Alweer een aardig Vlaams blaadje. Deze keer het Bulletin officiel van het comité generael van de stad Gent. Het verscheen in identieke opmaak ook in het Frans. Vermoedelijk zijn er maar zeven afleveringen verschenen.

De toonzetting is zakelijk. Helder geschreven. Iedere aflevering eindigt met het imprimatur van de griffier van het comité generaal: de revolutionairen wilden duidelijk zelf de hand houden in de nieuwsvoorziening over de Brabantse Revolutie.

Er wordt verslag gedaan van de gebeurtenissen in Gent vanaf 13 november 1789. Patriottische troepen streden voor democratie. De Oostenrijkers naderden: Jozef II liet zich natuurlijk niet de wet voorschrijven. Zie de opgave van de chronologische gebeurtenissen door Vercruysse. Vooral spannend is het verhaal over de Slag bij Turnhout, die door vonckist Jan Andries vander Meersch gewonnen werd.

Joe joe joe

In 1792 verscheen bij de Amsterdamse boekverkopers S. en W. Koene een obscuur liedboekje: Aardige en vermakelyke joe, joe, joe. Het bundeltje bevat voornamelijk liedjes over grijpgrage jongens en levenslustige meisjes. Er zitten ook wat politieke liedjes tussen.

De jojo in de titel van de bundel verwijst naar het gebruik van dit speelgoed. Eind achttiende eeuw liepen volwassenen ermee op straat, naar kroegen, herbergen en koffiehuizen. Meisjes lieten met hun jojo zien dat ze in waren voor een vrijage. Of dat ze juist niets moesten hebben van een flirt. Met de jojo kon je ook je politieke voorkeur uitdrukken.

In de liedbundel staat een pikant liedje over ‘De gelukkige stalmeester’, met een wel heel doorzichtige dubbele bodem:

1.
Wat raar geval?
Wat raar geval?
Kreeg ik daar op myn Paarde-Stal,
Wat raar geval?
Wat raar geval?
Dat ik verhaalen zal,
Een mysje kwam in loopen,
Die ryen wou in stil
in stil, in stil, in stil,
Ik dee daar voort haar wil.
2.
Zy waar contant;
Zy waar contant,
En nam het lytsel voort in hand,
Zy waar contant;
Zy waar contant,
Te ryen na de trant;
Waarop dat zy my zyde
Stalmeester hoord eens aan,
Hoord aan, hoord aan, hoord aan,
Wilt gy meê uyt ryen gaan.
3.
Ik waar te vreê,
Ik waar te vreê,
Zo ryden wy best met ons twee,
Ik waar te vreê,
Ik waar te vreê,
Het mysje schreeuwde heê,
Gy moet zo hard niet ryen,
Dat ben ik niet gewend,
Gewend, gewend, gewend,
Maar wel wat zagtjes vend.
4.
Ag Mysje ziet!
Ag Mysje ziet,
Het zagjes ryen deugd dog niet,
Ag Mysje ziet,
Ag Mysje ziet,
Daarom my niet verbiedt,
Hoe harder dat wy ryen,
Hoe beeter als het is,
Het is, het is, gewis
Dan loopt myn paard niet mis.
5.
Stalmeesters vend,
Stalmeesters vend,
Ryd dan maar op zo hard gy kent,
Stalmeesters vend,
Stalmeesters vend,
Ik ben zeer wel content
Zet u Bles de spooren,
Draaft styf al naar myn zin,
Myn zin, myn zin, myn zin,
Schiet met u Bles hier in.
6.
Waar moet ik zyn,
Waar moet ik zyn,
Vroeg ik haar met een draai zeer fyn,
Waar moet ik zyn?
Waar moet ik zyn?
Het mysje zyde myn,
Ziet hier in dit bossagie,
Past op myn tuyn is klyn,
Ja klyn, ja klyn, hoord myn,
Daar moet u Blesje zyn.
7.
Ik deed haar zin,
Ik deed haar zin,
En draafde styf dat tuyntje in,
Ik deed haar zin,
Ik deed haar zin,
Wat had ik voor gewin,
Om dat ik zo deed draaven;
wierd myn Bles zeer nat,
Seer nat, zeer nat, nog wat,
Denkt wat een rid was dat.

Zo kan-ie wel weer. Het liedboekje zal zeker niet tussen de vele kinderboeken van boek- en papierverkopers Koene hebben gelegen.

Een van de leukste satirische tijdschriftauteurs die de Zuidelijke Nederlanden gekend heeft, is Cornelius Martinus Spanoghe. Geboren in het anno 2011 vrijwel van de kaart geveegde Doel, onder de rook van Antwerpen. In de kerkelijke registers aldaar werd bij zijn doop de naam Spaenhove genoteerd, maar die naam zou hij nooit gebruiken.

Spanoghe was fervent voorstander van het verlicht jozefistische beleid en moest dus niets hebben van de revolutionairen van de Brabantsche Omwenteling (1789). In pamfletten en tijdschriften maakte hij zijn politieke tegenstanders op genadeloze wijze af. Toen het politieke tij eind 1789 was gekeerd, werd als dank zijn boekhandel annex drukkerij in Antwerpen kort en klein geslagen. Hijzelf verdween enkele maanden later achter slot en grendel.

Na het herstel van het Oostenrijkse bewind kon Spanoghe zich revancheren. Hij schreef enkele blaadjes in bijtende inkt. Zijn satires zijn meesterlijk, zijn haat was groot. Vooral de patriotten uit 1789 moesten het ontgelden. En de rk-geestelijkheid, die het volk al eeuwen zand in de ogen had gestrooid en die het volk ook tijdens de Omwenteling had opgeruid.

Het Wekelyks boere nieuws-blad uit 1792 is één van die satirische blaadjes van Spanoghe (een snipper staat op internet). Helaas slechts vier afleveringen verschenen. Wie wil kennismaken met zijn stijl, leze de Boeren almanach betrekkelyk tot de eenjaerige regeringe van de Souvereyne Roof-vogels voor het jaer 1791. Het impressum luidt: ‘Tot Maesticht, By Ildefonsus Dikmuts, op de Souvereyne Meening-plaets, regt-over den Preekheeren Refter, in de Gekroonde Muyl-Esels.’

Volgens Jozef Smeyers is de anonieme almanak echter gedrukt door de Gentse broers Le Maire, in opdracht van de auteur Spanoghe.